Het mooi van in contact zijn met andere door webinars te geven of workshops is dat er uitdagende vragen naar mij toe komen. Vragen waar ook ik soms echt over na mag denken. Daar geniet ik van. Wat zit er verscholen in de vragen? Wat is de reden dat deze persoon met deze vraag komt?

Soms komt het ook wel voor dat ik na een workshop nog een vraag krijg. Deze vraag kwam over de e-mail n.a.v. een workshop: Gouden vragen die elke sporttrainer/coach moet stellen.

 Na afloop van de wedstrijd vraagt de beoordelaar: “Hoe vind je dat de wedstrijd is verlopen?” Antwoord: “Nou, dat heb je net toch zelf kunnen zien!”

Graag deel ik met jullie mijn antwoord;
Ik was er natuurlijk niet bij. Dus doe dit een beetje op invulling 😊
Maar…

Het antwoord nodigt jou eigenlijk uit om te gaan zeggen wat jij er van vindt. Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling van zo’n vraag. Dan is het de uitdaging om bij het verhaal van de ander te blijven.
De zin van deze persoon lijkt nogal de aanval in te zetten.
Je kunt inderdaad aangeven; klopt en ik ben heel benieuwd hoe jij het hebt ervaren. Door dat je vraagt naar de ervaring verleg je de aandacht van het verloop van de wedstrijd en dwing je min of de ander om te vertellen hoe hij/zij de wedstrijd heeft ervaren i.p.v. kunnen escapen naar een technisch verhaal van de wedstrijd – hoe het is verlopen.

Ga in elk geval niet in op de uitnodiging. Maar juist in dit soort gesprekken de tijd nemen, leunen en stiltes laten vallen.

Door een ‘aanval’ in te zetten proberen ze de aandacht ergens van af te halen, meestal onbewust. Aan jou de schone taak dat te onderzoeken denk ik dan.

Op onderzoek

Die gouden vragen komen voort uit onderzoek. Vaak is het onderzoek bij jezelf. Hoe zit ik er zelf bij?  Ben ik open en eerlijk het gesprek in gegaan? Had ik mogelijk al een invulling? En waar komt deze dan vandaan? Dit is vaak een ondertoon in een gesprek. Een soort energie wat er zogenaamd niet is, maar wel door beide partijen gevoeld wordt. Het helpt wanneer je leert deze te ondertitelen. Dat haalt de lading weg die niet passend is in het gesprek. Maar dus wel een rol kan spelen.

Nog zo’n mooie vraag!

Voorbeeld 2: Na afloop van de wedstrijd vraagt de beoordelaar (uitnodigend): “Terugkijkend op de wedstrijd, welke dingen zou je liever anders gedaan hebben?”. Er valt een lange stilte en er komt geen enkele respons. Uit de lichaamstaal van de ondervraagde spreekt een superioriteitsgevoel, zo van: “niks natuurlijk, ik heb geen fouten gemaakt, hoe haal je het in je hoofd om dit aan mij te vragen!”.

Wat moet je dan als beoordelaar?

Zelf aan de bak..

Dit is een mooie. Ik wil namelijk eerst aan jou vragen welke lichaamstaal je hebt gezien en waardoor het komt dat jij het gevoel krijgt dat er een superioriteitsgevoel ontstaat. Het kan zijn dat er namelijk hier iets in jou getriggerd wordt.

Zodra deze gedachte namelijk in jou op komt, is het de vraag hoe zuiver luister je nog naar het echte verhaal. Het zou kunnen zijn dat hij namelijk op zoek is naar een antwoord waarvan hij/zij denkt dat jij hem wilt horen. Dat jij op zoek bent naar iets en hij/zij het goede antwoord wilt geven. Dat kan namelijk ook een non-verbale houding geven die mogelijk anders overkomt. Even een voorbeeld wat bijvoorbeeld een ander uit deze non-verbale communicatie had gehaald.

Stel dat er niks komt en het stil blijft. Kun je de vraag stellen. Goh, wat gebeurt er nu bij jou? Of; wat vind je ervan dat ik deze vraag heb gesteld. Dan kom je er namelijk achter wat de stilte is. Het ondertitelen van het gesprek als ware. Stel nu dat het waar is; het is echt zoiets van; hoe kun je dat nu vragen? Het was toch perfect. Dan kun je heel snel in een wellus-nietus spelletje belanden. Want mogelijk vond jij dat er nog wel wat verbeterpunten waren. De uitdaging hier is om dan de vraag zo te maken dat de ander wordt uitgenodigd anders over zichzelf te gaan denken.

Bijvoorbeeld: waar wil jij nog sterker in worden? Wanneer ben jij op je beste als scheidsrechter? Wanneer sta jij in je kracht? Vaak zijn dit de vragen waardoor je ook op ‘verbeterpunten’ komt, maar is de 1e insteek even wat anders.

Mooie vragen die jou misschien ook weer kunnen helpen.

Voor beide voorbeeldvragen geld dat je op je handen moet gaan zitten of op je lip bijten. Neem de tijd, durf tijd te nemen zodat de andere wel in een denk positie wordt gezet. Veel oefenen helpt in dit soort gesprekken. Gewoon DOEN!

Wil je hierover meer weten? Volg dan op 21 april mijn gratis webinar van een gesprek naar een winstgevend gesprek. In de ochtend: 09.30-10.45 of in de avond: 20.00-21.15
Opgeven kan via het contactformulier op de website.