‘Mamaaaaaaaa, ik wil nu gewoon ook eens spelen’ MamAAAA en hier na volgt een geluid wat ik niet kan beschrijven laten we het erop houden dat het vrij hard was. Ik zak door mijn knieën om in gesprek te kunnen met mijn dochter. Een gesprek wat ik als coach al zoveel jaren doe met kinderen van andere ouders. Het werkt bijna altijd, maar nee hoor, dochterlief zet de volumeknop nog even verder open. ‘Meissie, ik snap dat je baalt, spelen is ook het leukste, maar niemand kan vandaag’, deze boodschap komt niet binnen en zo ook de volgende zinnen die ik er achteraan zeg. Wat ik wel denk; hoezo heb ik mijn werkjas aangetrokken hier op het schoolplein, ja hoor, ik zie ze (ouders) al denken, ‘dat’ heeft een eigen praktijk? Opeens staat ook gevoelsmatig in koeienletters op mijn jas: Ank Kampman, training en begeleiding. Ik voel me wat verslagen en ga weer rechtop staan en zeg tegen mijn dochterlief dat we nu toch echt naar huis gaan. Ik draai me om en ik hoor de juf van haar zeggen; Ank, dit herken ik ook met mijn dochter, die kon ook zo tekeer gaan. Het komt echt wel goed.

En dan besef ik me opeens dat ik dit herken, deze momenten herken ik als geen ander. Mezelf zo neerzetten en het zo goed doen dat er niks fout mag gaan, maar als het dan echt mis is, dan val ik zo hard. Ik val omdat ik mezelf daar neer heb gezet, ik een standaard heb gemaakt die echt niet handig is. Want het is domweg niet haalbaar, in dit geval de perfecte mama zijn. Want dat is wat iedereen van mij verwacht toch hier op dit schoolplein?!
Vroeger was het vele malen erger en kon ik vooral andere op een voetstuk plaatsen, omdat die ergens onwijs goed in waren. Meestal had dit met intelligentie te maken en vooral met diploma’s. Is het niet zo dat we steeds geloven dat het gras bij de buren groener is? En wanneer ben je blij met dat wat je hebt bereikt? Jij wilt vast ook dingen bereiken, op je training, tijdens de wedstrijd of in je bedrijf. En welk standaard heb jij gemaakt voor jezelf waar je aan moet
voldoen? Misschien wel met de gedachte; want dan ben ik pas echt gelukkig?

‘Oke, luister’;hoor ik mezelf opeens zeggen terwijl ik contact met haar zoek: ‘ik kan dit niet oplossen, ik weet het niet en eigenlijk vind ik het allemaal maar even heel stom en verdrietig’. Ze kijkt omhoog, en zegt; ‘ik ben anders nog steeds boos hoor mama’. ‘Dat kan, zeg ik, wil je een handje? Dan gaan we nu echt naar huis.’ Wanneer ik me omdraai zie ik dat praktisch alle ouders al vertrokken zijn. Dus ik maak mezelf helemaal gek dat iedereen kijkt? En ik bedenk dan dat daar dan mijn geluk vanaf hangt? Nou, met die gedachtes kan ik nu dus ook wel stoppen.