Van de week vroeg ik op social media; heb jij een leidinggevende functie? Met daarna de vraag ook in de volgende post; weet je dat zeker? Ben jij een directeur, teamleider, ZZP-er, trainer of coach je een sportteam etc. Bij die vraag kwamen veel meer ‘ja-antwoorden’.

Die vraag, ‘heb jij een leidinggevende functie’ leverde dus stof tot nadenken op. Voor jullie en voor mij. Een leidinggevende ben je dus al veel sneller dan dat je denkt. Dat herken ik ook als ik aan het lopen ben met onze hond, Rav.
Wanneer ik met hem loop zie je ook een weerspiegeling van leiderschap. Sommige mensen waarbij de hond naast hen loopt, andere die vooruit getrokken worden door hun hond, of honden die getild worden, honden die tegen alles aan blaffen. Jij als eigenaar van de hond kan dat belangrijk vinden of niet. In elk geval hoe de hond zich ook gedraagt het ligt eigenlijk nooit aan de hond. Het is een weerspiegeling van degene die de hond begeleidt en natuurlijk uitzonderingen daargelaten.

Laten we terug gaan naar dat leiderschap en de weerspiegeling daarin. Onze hond is een enthousiaste, drukke en altijd vrolijke hond met enorm veel energie en een tikkie onhandig! Zoals ik eerder al schreef, de hond lijkt op de baas, dus deze lijkt op mij. Hij wil snuffelen bij alle honden, met iedereen spelen, maar vooral ook de roedel bij elkaar houden. Als wij gaan fietsen is hij niet vooruit te branden als iemand even blijft hangen en hij is niet te houden als er iemand net even te ver vooruit fiets.

‘Sverre en Femme wie van jullie gaat Rav nu even uitlaten’, luidt mijn vraag. ‘Hij moet even plassen, je hoeft niet ver’. Sverre wilt wel en roept Rav vrolijk bij zich in de energie die ook hij heeft tijdens zijn ene schoen zoeken, zijn jas en die andere schoen. Rav trippelt achter hem aan, springt, blaft en neemt de energie volledig over van Sverre die lachend en stoeiend met Rav zijn schoenen en jas aantrekt. Eenmaal de riem vast aan Rav zijn halsband zijn ze klaar voor vertrek. ‘Welke kant ga je op?’, vraag ik. Hij weet het nog niet zegt hij, en op dat moment besluit Rav dat hij het al wel weet. ‘Mam, we gaan die kant!’. Ik doe nog een poging; ‘weet je dat zeker Sverre, hij bepaalt nu wat jij moet gaan doen’. ‘Rav mag bepalen, anders vind ik het zielig, wij zijn namelijk vrienden’.
Ik sluit de deur achter me en vervolg mijn weg richting de afwas, ik baal nog steeds soms dat we geen vaatwasser meer hebben. Voor mijn gevoel minder dan een minuut hoor ik vanaf de bank mijn dochter zeggen; ‘mama, Sverre is alweer terug hoor’. Ik kijk door het raam naar buiten en zie door de erker heen dat Rav alle kanten op gaat, Sverre probeert Rav mee te krijgen, maar die ziet vooral de buren lopen, de kat, een blaadje. Ik loop weer naar buiten. ‘hey jongen, wat gebeurt er?’ vraag ik. ‘Mama, Rav wilt niet mee, dus gaan we nu maar naar de andere kant, misschien wil hij dat wel’.
Rav die ondertussen met alles bezig is dan aandacht te hebben voor degene die zijn riem vasthoudt heeft een eigen plan. Dus de andere kant oplopen zoals Sverre wilt doen werkt ook niet.
Sverre kijkt alleen maar naar Rav, wat hij doet, wat hij denk te willen. Er is niet nagedacht over wat hij wilt, welke route hij wilt lopen. Het is totaal niet duidelijk voor Rav wat er van hem wordt gevraagd. ‘Sverre, wat wil jij eigenlijk’? ‘Ik wil gewoon dat hij meegaat, mama’, zegt hij nu toch met enige stemverhoging. ‘Waarom luister hij nu niet, RAAAAAAVVVV, toe nou…’.

Het gesprek erna kunnen jullie wel raden denk ik;

‘Sverre, hij luister niet omdat je niet aangeeft, vanaf het eerste moment binnen, dat jij weet wat je wilt gaan doen, waar je heen wilt’. ‘Pas wanneer jij de aandacht vraagt van Rav, en voor jezelf hebt bedacht maar dit wil ik, dan gaat hij met je mee’. ‘Hij is niet je vriendje zoals op school, Rav heeft het nodig dat jij dit doet.’

Op het moment dat Sverre iets bedacht heeft, verandert zijn houding zichtbaar. Hij roept Rav nog 1x en loopt gelijk naar de kant wat hij wilt. Alsof hij een toverspreuk heeft uitgesproken, maar Rav draait bij en reageert direct op Sverre en loopt als een trouwe hond achter zijn kleine baasje aan.

Natuurlijk zijn je mensen in je team geen honden en is er meer nodig dan alleen lichaamstaal. Toch werkt het wel, je lijf en hoofd die samen 1 zijn. Je stuurt je team vanuit eigen ervaringen, opleidingen en ambitie. Maar in hoeverre weet je ook daadwerkelijk dat deze gelijk zijn met de ervaring die het team heeft over jouw manier van leiding geven? Denk daar eens over na, ken jij de ambitie, de innerlijke motivatie van de mensen in jouw team en waarom juist zij op deze plek zijn? Wat ervaren zij in het team? Hoe goed kennen ze jou? Die antwoorden die nu in je op komen, weet je dat echt zeker?

Leuk om hierover te sparren? Dat vind ik ook! Ik leer leidinggevende die nog niet het gewenste resultaat halen beter te communiceren met hun team waardoor zij een blijvend verschil maken